menu
Word Lid
€ 2.600 voor een schoenenrek. Waar ligt de grens aan provinciale financiering?
€ 2.600 voor een schoenenrek. Waar ligt de grens aan provinciale financiering?

€ 2.600 voor een schoenenrek. Waar stopt dit?

De provincie voert een kerntakendebat. Tegelijk staan in de begroting van een erkende islamitische geloofsgemeenschap opnieuw opvallende uitgaven ingeschreven. Het wordt tijd om ook de financiële verantwoordelijkheid ernstig te nemen.

€ 2.600 voor een schoenenrek in de vrouwengebedsruimte. Nog eens € 2.600 voor dadels, brood en melk.

Het zijn geen bedragen die ik uit mijn duim zuig. Ze staan in de begroting 2027 van de erkende islamitische geloofsgemeenschap Assounah in Desselgem, die op 22 oktober op de agenda van de West-Vlaamse provincieraad stond.

Voor alle duidelijkheid: het gaat om begrote uitgaven, niet om aankopen waarvan vaststaat dat ze al zijn uitgevoerd. Volgens de toelichting is het schoenenrek bedoeld voor de vrouweninkom, waar een eerdere investering wegens budgetgebrek niet volledig kon worden gerealiseerd. De voedingsuitgaven dienen onder meer voor sobere maaltijden voor kwetsbare personen tijdens de ramadan.

Maar daarmee is de discussie niet gesloten.

Want de fundamentele vraag blijft: hoever reikt de verantwoordelijkheid van de West-Vlaamse belastingbetaler?

Amper 6,6 procent eigen inkomsten

Wie de cijfers van Assounah over meerdere jaren bekijkt, ziet dat het probleem veel verder gaat dan een schoenenrek.

In 2025 bedroegen de werkelijke eigen exploitatieontvangsten amper € 4.945,81. Daarmee werd slechts 6,6 procent van de exploitatie-uitgaven gedekt. Voor de werking is de gemeenschap dus in zeer grote mate aangewezen op provinciale financiering.

Voor 2027 wordt plots gerekend op € 17.500 eigen ontvangsten, of 20 procent van de geraamde exploitatie-uitgaven.

Dat zou een aanzienlijke verbetering zijn. Maar tussen iets begroten en het daadwerkelijk realiseren, gaapt soms een grote kloof.

  • Waarop is die verwachting gebaseerd? 
  • Hoeveel eigen inkomsten werden in 2026 daadwerkelijk ingezameld? 
  • En welke concrete afspraken bestaan er om de financiële zelfredzaamheid te verhogen?

Dat zijn vragen die ik in de provincieraad al herhaaldelijk heb gesteld. Niet alleen bij de jaarrekening van 2024, maar ook tijdens latere tussenkomsten over de financiering van eredienstbesturen en het provinciale meerjarenplan.

Het is weinig zinvol om ieder jaar hogere eigen inkomsten te begroten als niet duidelijk wordt aangetoond hoe die doelstellingen worden gehaald.

Het schoenenrek is niet de grootste kost

Voor 2027 wordt een provinciale exploitatietoelage van € 69.512,92 geraamd.

Alleen al voor de huur van het hoofdgebouw wordt € 45.000 voorzien. Daarbovenop komt € 5.500 voor de huur van een bijkomende locatie tijdens religieuze feestdagen.

Dat zijn samen € 50.500 aan begrote jaarlijkse huurkosten.

Daarnaast voorziet de budgetwijziging 2026 in € 10.000 voor audiovisuele opname- en streamingapparatuur. In de begroting 2027 volgt de investering van € 2.600 voor het schoenenrek.

Begrijp mij niet verkeerd. Een schoenenrek is op zichzelf geen wereldschokkende aankoop. Het is ook niet de grootste uitgavenpost in dit dossier.

Maar wie een bedrag van € 2.600 met provinciale middelen wil financieren, moet toch kunnen uitleggen hoe die prijs tot stand kwam. 

 Hoe groter de jaarlijkse afhankelijkheid van overheidsgeld, hoe belangrijker een degelijke financiële opvolging wordt.

Wettelijk verplicht betekent niet kritiekloos

Het klassieke antwoord op deze discussie ken ik ondertussen.

De provincie heeft wettelijke verplichtingen tegenover erkende eredienstbesturen. Dat klopt.

Wanneer een budget past binnen een eerder goedgekeurd meerjarenplan, neemt de provincieraad daarvan bovendien akte. Er wordt dan niet telkens opnieuw over de volledige financiering gestemd.

Maar dat is precies waarom het debat over de meerjarenplannen en de opvolging ervan zo belangrijk is.

Een wettelijke financieringsplicht is geen reden om niet meer naar de kostprijs, de noodzaak of de financiële leefbaarheid te kijken.

In de overlegverslagen van januari en juni 2026 blijkt overigens dat ook de provinciale administratie aandacht vraagt voor de opvolging van de eigen inkomsten. Er werd eveneens gewerkt aan een afsprakennota voor het meerjarenplan 2026-2031.

Controle mag zich niet beperken tot de vaststelling dat een bedrag binnen het goedgekeurde budget past.

Een kerntakendebat dat ergens over gaat

In november 2025 zei ik tijdens mijn tussenkomst dat ik inderdaad voorspelbaar ben.

Voorspelbaar omdat ik dezelfde vragen blijf stellen zolang de financiële afhankelijkheid blijft bestaan en de resultaten onvoldoende duidelijk zijn.

Die lijn trek ik vandaag verder.

De provincie spreekt over haar kerntaken. Dan mag dat debat geen theoretische oefening worden die stopt zodra een uitgave wettelijk geregeld is.

Het gaat niet om de vraag of een geloofsgemeenschap een schoenenrek mag aanschaffen of maaltijden mag organiseren. Het gaat om de vraag welke kosten de overheid moet dragen en welke verantwoordelijkheid van de geloofsgemeenschap zelf mag worden verwacht.

Voor mij betekent dat minstens twee zaken: 

  • transparante kostenramingen 
  • en een aantoonbare opvolging van de gemaakte afspraken.

Het schoenenrek van € 2.600 is misschien maar een kleine post in de totale begroting. Toch maakt het de grotere discussie bijzonder concreet.

Want wie ernstig wil spreken over de kerntaken van de provincie, moet ook durven vragen waarom de belastingbetaler voor elke afzonderlijke uitgave moet opdraaien.

Een wettelijke financieringsplicht is geen blanco cheque.

Kimberley Dugardein
Provincieraadslid Vlaams Belang West-Vlaanderen

ONTVANG ONZE NIEUWSBRIEF